Melkdistel


Melkdistel is geen distel. Als je van melkdistel een stengel of blad door snijdt, komt er wit melksap vrij.

Door stekels aan de uiteinden van de bladslippen lijken de planten op distels.

De meest beruchte melkdistel is de akkermelkdistel. Deze plant maakt een uitgebreid wortelstelsel. Afgebroken stukjes wortel groeien snel weer uit tot nieuwe planten. Al enkele jaren kost het veel moeite akkermelkdistel te verwijderen uit een vroeger aspergebed in tuin 69.


In de andere tuinen zijn opdoemende melkdistels gewone of gekroesde melkdistels. Deze twee soorten lijken erg op elkaar, als je wilt vaststellen welke soort het is, heb je een goede loep nodig.

Goede tips om de soort te bepalen zijn te vinden bij: flora van nederland.nl;/gewone_melkdistel


Melkdistels zijn vaak te vinden op goed met stikstof  bemeste grond, die is omgewoeld(ruderale grond). Het is mogelijk, dat de zaden van melkdistels via mest in de tuinen belanden.  Ook de wind kan de zaden van ver aanvoeren; elk zaadje heeft een soort parachute.


Gewone melkdistel is heel goed eetbaar, te verwerken in een gemengde salade met bijvoorbeeld jonge toppen van brandnetel, daslook, look zonder look, paardenbloem en wat verder te vinden is.


De wetenschappelijke naam voor gewone melkdistel is Sonchus oleraceus.

Oleraceus betekent: groente;als groente gegeten.

Melkdistels zijn nauw verwant aan sla.


Als je melkdistel gaat eten, neem dan jonge planten en knip de uitstekende naalden weg.

Voor konijnen zijn melkdistels een delicatesse. Bepaalde vogels eten graag de zaden.


In een volkstuincomplex is het handig melkdistelplanten niet in het zaad te laten schieten; dat scheelt alweer schoffel- en wiedwerk.

Copyright @ jeugrubbenhof

unsplash